Ötzi bewijst het

Een studie van Tett et al. (2019) onderzocht de prevalentie van de microbioom-gerelateerde bacterie Prevotella copri.  P. copri wordt veel gezien in het microbioom en kan een groot percentage opmaken van het totale aantal bacteriën dat gevonden wordt. De variabiliteit van de aanwezigheid van P. copri  tussen personen is echter groot.  

De gezondheidseffecten van deze soort zijn nog niet geheel eenduidig; aan de ene kant worden er positieve gezondheidseffecten aan P. copri toegeschreven, maar ook zijn er minder “gezonde” verbanden gevonden. P. copri wordt bijvoorbeeld in verband gebracht met ontstekingsziekten, insuline resistentie en glucose intolerantie. Bij een “gezond” dieet met veel vezels, weinig vet en weinig dierlijk eiwit, wordt juist een verbeterde insuline- en glucosetolerantie gezien. Insuline en glucose hebben zelf weer en rol bij het ontstaan van bijvoorbeeld Diabetes Type II, hart- en vaatziekten en andere ziektebeelden.

De onderzoekers vonden binnen een grote gecombineerde dataset van het huidige onderzoek dat P. copri  in ongeveer 30% van de Westerse bevolking voorkomt, maar tot wel 95% in individuen met een niet-Westerse leefstijl, zoals bijvoorbeeld in Ghana, Tanzania, Madagaskar of Mongolië.

In een technische analyse van alle DNA gegevens van de genomen van de P. copri bacteriën die gebruikt zijn in de studie, vonden zij bovendien dat er niet één P. copri bacterie is, maar dat deze soort vier verschillende clades of subtypen heeft. De verschillen tussen deze clades waren zelfs zo groot, dat je bijna zou kunnen spreken van aparte soorten. Idem dito werden de verschillende subtypes in mindere mate aangetroffen bij individuen met een Westerse leefstijl.
 
Opmerkelijk was dat combinaties van de verschillende subtypes vaak voorkwamen bij niet-Westerse individuen, maar dat Westerse individuen doorgaans maar één of soms twee subtypes bij zich droegen. Dit betekent ook dat de functionele capaciteit, ofwel het aantal genen, hoger is bij een niet-Westerse leefstijl. De onderzoekers vonden verschillende werkingen van de subtypes van P. copri op basis van hun respectievelijke genetische activiteit. De aanwezigheid van meer P. copri, naast het hebben van verschillende subtypes, kan dus mogelijk zorgen voor een hogere capaciteit om koolhydraten uit de voeding af te breken en om te zetten.
 
In een sub-studie onderzochten de onderzoekers het microbioom van De Ijsman, Ötzi, (5300 jaar oud) en drie menselijke fossielen uit Mexico. Zij zagen dat de distributie van P. copri vergelijkbaar was met die van individuen met een huidige, niet-Westerse leefstijl. Op basis van een stamboomanalyse schatten de onderzoekers dat P. copri ongeveer 6 miljoen jaar geleden evolutionair is gesplitst naar de verschillende subtypes, zoals de onderzoekers eerder vonden. Zodoende blijkt P. copri al heel lang in het menselijk microbioom mee te gaan!
 
Bron artikel Tett et al. (2019)