Het effect van huishoudelijke stoffen op het microbioom

Een recente studie van de Washington State University heeft onderzocht wat het mogelijke effect is van huishoudelijke stoffen op het microbioom. Voorbeelden van deze huishoudelijke stoffen zijn schoonmaakmiddelen, plastics, verzorgingsproducten, tapijt en andere chemisch behandelde stoffen, bak- en kookspullen, et cetera, maar ook de luchtkwaliteit binnenshuis en het niveau van stofaanwezigheid. Deze drie omgevingsfactoren produceren zogenaamde SVO’s (semi-volatiele organische verbindingen), die onder andere opgenomen worden door het bloed, en een directe invloed kunnen uitoefenen op de bacteriën in de darmen. Mensen komen dagelijks in contact met deze stoffen, maar vooral kleine kinderen kunnen bijvoorbeeld tapijt of plastics in hun mond stoppen. Hierom heeft deze studie gekeken naar de mogelijke effecten van deze stoffen op de gezondheid.  

Zij vonden dat kinderen die een hoger gehalte PFAS in hun bloed hadden, een stof die bijvoorbeeld wordt gevonden in popcorn, magnetron- en restaurant of afhaalmaaltijden, een over het algemeen lagere microbioom diversiteit hadden. Voor de chemische groep ftalaten, een stof die gebruikt wordt om plastic zachter en transparant te maken (PVC), werd gevonden dat kinderen een lagere diversiteit aan schimmels in hun microbioom hadden bij een hoge concentratie in het bloed van deze chemische stoffengroep.

Wat erg opmerkelijk was, was dat de onderzoekers vonden dat kinderen die een hoog gehalte PFAS of ftalaat in hun bloed hadden, ook bacteriën in hun darmen hadden die normaal niet gezien worden bij de mens. Dit zijn bacteriën die in de industrie gebruikt worden om toxische chemicaliën op te ruimen, zogenaamde dehalogenerende bacteriën. Zij kunnen bijvoorbeeld wasmiddelen uit de omgeving filteren. Dit laat een mogelijke moderne ontwikkeling van het microbioom zien door zich aan te passen aan de veranderende huishoudelijke omgeving met veel plastics en een slechtere luchtkwaliteit.

Bron: Washington State University