Het verwerken van (sterk-)bewerkt voedsel

Tegenwoordig is er veel bewerkt voedsel voorhanden, wat het typische Westerse dieet opmaakt. Cornflakes, koeken, frisdrank, maar ook brood, pasta en chocola zijn hier voorbeelden van. Tijdens het maken van dit type producten, wat vaak in massaproductie plaatsvindt, ontstaan verschillende niet-natuurlijke bijproducten, waaronder e-fructoselysine. Deze suiker ontstaat ook gedurende het verhitten of grillen van bijvoorbeeld vlees of groente (‘browning’), wat de hier soms gezoete smaak aan geeft. De chemische naamgeving voor deze stoffen zijn Maillard-producten, naar de ontdekker ervan. Het Maillard-proces is een bekende term onder chefs en koks.

Echter, deze substantie kan bij langdurige blootstelling ook leiden tot gewichtstoename, insuline resistentie en type 2 diabetes, en specifiek bij bewerkt vlees ook tot auto-immuun ziekten en een hogere kans op hart en vaatziekten.

In een studie gedaan in St. Louis, heeft de onderzoekgsgroep van Jeffrey Gordon gevonden dat een darmbacterie, Collinsella intestinalis, fructoselysine en soortgelijke stoffen goed kan afbreken. In muizen zagen zij dat een dieet rijk aan deze suiker zorgde voor een verhoging in aanwezigheid van deze bacterie, wanneer zij deze zich al bij zich droegen voorafgaand aan het experiment. De fructoselysine werd omgezet in niet-schadelijke componenten.

Gordon voegde toe in een quote: "De nieuwe instrumenten en kennis die uit deze eerste studie zijn opgedaan, kunnen worden gebruikt om gezondere, voedzamere voedingsmiddelen te ontwikkelen en om potentiële strategieën te ontwerpen om bepaalde soorten darmbacteriën te identificeren en te gebruiken waarvan is aangetoond dat ze potentieel schadelijke chemicaliën verwerken tot onschadelijke. Het gevolg is dat ze ons kunnen helpen onderscheid te maken tussen consumenten wier microbiële darmgemeenschappen kwetsbaar zijn of resistent zijn tegen de effecten van bepaalde producten die tijdens de voedselverwerking worden geïntroduceerd.”

Science Daily
Original article
Bui et al., 2015